Imker Peter Otte
Honing

Sedert de mens bestaat, heeft hij honing gewonnen. Eerst door de wilde bijenzwermen te beroven of uit te roken, later door de zwermen te vangen in korven. Het voordeel van de korf was dat de bijen dicht bij de dorpen bleven en zo “gedomesticeerd” werd.


De huidige werkmethoden zijn bijvriendelijker geworden. De bijen leven in houten of styroduurkasten met daarin ramen. De ramen met honing kunnen uit de kast genomen worden, geslingerd worden en erna ongeschonden teruggehangen in de kast. De bij wordt minimaal gestoord, de imker werkt diervriendelijk.


De bloemen scheiden dagelijks verse nectar af, een intact zuiver natuurproduct. Met hun zuigtong nemen de bijen nectar op en verzamelen deze in hun honingmaag. De spijsverteringsklieren voegen stoffen (enzymen) toe waardoor meervoudige suikers worden omgezet tot sneller opneembare enkelvoudige suikers. Ondertussen ontstaan er stoffen die de ontwikkeling van micro-organismen verhinderen. Na verdamping van het overtollige water wordt de honing definitief opgeslagen in de cellen en verzegeld. De honing is klaar voor consumptie.


In het beginstadium is elke honing vloeibaar. Na een tijdje gaat de honing kristalliseren (vast worden). Een natuurlijk proces dat de kwaliteit van de honing niet beïnvloedt. Het hangt af van bloemsoort tot bloemsoort of de honing lang vloeibaar (acacia) blijft of niet (koolzaad), of de honing een fijne korrel heeft (klaver) of een grove dikke “suikerkorrel” (heide). Dit korrelgevoel duidt in geen geval op toevoeging van suiker. Ook qua smaak en aroma bestaan er evenveel verschillen als er bloemen bestaan.


Honing is duidelijk meer dan suiker : het is een mengeling van fructose, glucose, verschillende mineralen, sporenelementen, enzymen, vitaminen, organische zuren …


Honing is een echte delicatesse op tafel en in de keuken.

Reproductie verboden - Alle rechten voorbehouden aan Peter Otte bvba- Gerealiseerd door Fragmatix